Ouderen langer thuis wonen

Het is begin oktober als thuis ‘even iets oppakken’ ineens een onverwachte afloop krijgt. Mevrouw Willy Versteeg komt ten val, en met haar 75 jaar is dat niet zonder risico. ‘Ik voelde al dat het flink fout zat!’ Een bezoek aan het ziekenhuis maakt duidelijk dat de gevolgen meevallen: een scheurtje in de heup. Wel betekent het een tijdlang revalideren. En met het LAT-programma van Mijzo eraan werken om langer zelfstandig thuis te blijven wonen.  

Samen met haar man Ab (80) woont mevrouw Versteeg in een appartement in Sleeuwijk. Ondanks de gevorderde leeftijd kan het echtpaar zonder veel hulp zelfstandig wonen. Tot die bewuste donderdag in oktober. Een val in huis brengt haar in het ziekenhuis. ‘Het deed flink zeer. Ik voelde al dat het flink fout zat! Ik ben met m’n dochter meteen naar de dokter gegaan. Ik kon door naar het ziekenhuis om een foto te laten maken en op zaterdag ben ik geholpen.’ Een grote operatie is het gelukkig niet. (‘Een scheurtje in de heup, ze hebben er een plaatje tegenaan gezet.’) Wel zijn de gevolgen voor de actieve Willy groot.

Langer thuis wonen voor ouderen

Zoals zes weken niet bukken. Iets wat in het dagelijkse ritme van een actieve 75-jarige een opgave is. Mijzo schiet te hulp, met het LAT-programma (Langer Actief Thuis) dat is gebaseerd op de principes van reablement. In een twaalf weken durend programma worden ouderen begeleid door een fysiotherapeut en een ergotherapeut. Doel: ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen, door hen de zelfstandigheid terug te geven die ze vóór een operatie of een beperking gewoon waren.

‘Ik heb samen met fysiotherapeut Martijn Oerlemans en ergotherapeut Simone Franken oefeningen gedaan. Dat was wel fijn. Die oefeningen doe ik nu nog, kijken of het weer lukt om zelf dingen te doen of in bad te gaan. Ik ben nu nog aangewezen op de rollator. Ik doe ook alweer dingetjes in huis, maar dan staand aan de rollator. Ik ga straks rode kool snijden, dan zet ik die rollator tegen het aanrecht. Met een wasje doen heb ik die rollator ook nodig.’

Zelfredzaam blijven

Een ander hulpmiddel helpt mevrouw Willy om zelfredzaam te blijven. ‘Van Simone heb ik zo’n kousenaantrekhulp gekregen, die gebruik ik en dat gaat heel goed. Ze heeft me ook geleerd hoe ik met een lange schoenlepel zelf m’n kousen kan aantrekken.’

Eén activiteit die Willy voor haar operatie gewend was te doen, leek even voorgoed verleden tijd: fietsen. ‘Ik fietste altijd heel graag. Elke dag een mooi rondje van zo’n vijftien kilometer. Daar was ik vlak voor de operatie toevallig al mee gestopt. Ik heb al heel lang polyneuropathie. Daardoor heb ik niet altijd gevoel in mijn voeten. Ik durf niet goed meer op en af te stappen omdat ik bang ben om te vallen.’ Met de inzet van een driewielerfiets zou zij haar geliefde fietstochtjes weer kunnen maken.

‘Het liefst doe ik zoveel mogelijk zelf’

Het eerste loopje naar de Albert Heijn, samen met haar dochter, voelde al als een overwinning. Want hoe eerder ze weer zelfstandig kan functioneren, hoe liever. ‘De wijkverpleging is langs gekomen om te helpen met douchen. Maar ik vond het niet makkelijk om het te accepteren. Het liefst doe ik zoveel mogelijk zelf. Ik blijf daarom die oefeningen doen, om straks weer zelf te kunnen douchen. Ik vind het nu nog moeilijk om los te staan op mijn twee benen, ik mis houvast. Aan m’n man kan ik niet veel vragen, die heeft erge rugpijn. We hebben twee kinderen, die werken allebei. En onze dochter heeft het al hartstikke druk met mij, die doet ook de boodschappen.’

Herwinnen van mobiliteit

Fysiotherapeut Martijn Oerlemans is namens Mijzo nauw betrokken bij het LAT-programma. ‘Het gaat dan om het herwinnen van de mobiliteit, zowel binnen- als buitenshuis, maar ook het vergroten van het zelfvertrouwen in eigen kunnen. Mevrouw Versteeg zit op dit moment nog in het LAT-traject. De zorg en inzet worden nu afgebouwd, dus de volledige twaalf weken zullen waarschijnlijk niet nodig zijn. Mevrouw is iemand die niet gauw zelf hulp vraagt, maar ze heeft de begeleiding toch als heel prettig ervaren.’

Zelf is hij enthousiast over LAT. ‘Het is een interdisciplinaire samenwerking. De lijntjes tussen wijkverpleging, ergotherapeut en fysiotherapeut zijn kort. We werken aan dezelfde doelen die belangrijk zijn voor de cliënt. We zien daardoor dat de zorginzet sneller kan worden afgebouwd of kan worden gestopt.’