Het gaat om respect

Clara van Beek (77) moet door complicaties van een operatie een been missen en zit in een rolstoel. Thuis wonen ging niet meer. Ze verhuisde naar het verpleeghuis waar ze altijd al naartoe wilde: Savelberg in Gouda van Zorgpartners Midden-Holland. ‘De kamers zijn lekker groot en hebben een eigen badkamer. Het uitzicht vanaf deze verdieping is heel mooi. Ik heb het er erg naar mijn zin.’

Clara poedert vanuit haar rolstoel zelf haar gezicht
Clara laat trots zien hoe zij met haar knijper haar kamer opruimt.

Passende zorg

‘Passende zorg is een makkelijk, maar ook beladen woord, want hoe weet je wat iedereen nodig heeft? Passende zorg is dat mensen zich veilig voelen en dat ze goed geholpen worden, maar dat is voor iedereen anders. Mij moeten ze uit bed halen en in bed leggen en voor de rest doe ik alles zelf.’

Loslaten

‘Tot 11 uur moet de avonddienst hollen en rennen, want dan willen veel mensen naar bed. Ik ga pas om half 1 ’s avonds naar bed, want dan komt de nachtdienst en die hebben meer tijd voor sociaal contact. Dat vind ik ook belangrijk.’ Hoe vindt Clara het om een beroep te moeten doen op anderen? ‘Afhankelijk zijn, dat is heel moeilijk. Je moet ook dingen loslaten.’ Toch wil ze wel zoveel mogelijk eigen regie.

“Als ik iets echt wil leren, dan ga ik ervoor. Als iets niet meteen lukt, jammer dan, volgende dag probeer ik het opnieuw”.

Clara van Beek – hulpvrager

Lief bedoeld

‘Ik geef altijd aan dat ik graag zelf mijn afwas doe in de ochtend. Maar als ik ’s avonds naar beneden ga en op mijn kamer terugkom, is soms mijn afwas al gedaan en zijn mijn spullen opgeruimd… in een bovenkastje waar ik niet bij kan vanuit mijn rolstoel. Het is lief bedoeld maar ze doen het ongevraagd. Dat is niet respect hebben voor mijn keuze. Goede hulpverlening is dat iemand luistert naar wat je wilt en je keuze respecteert. Dit is mijn huis en hier ben ik de baas. Zo vind ik het ook niet prettig als medewerkers maar gewoon binnenlopen. Vooral de ‘flexers kennen de afspraken niet. ‘Kom mevrouwtje, we gaan ons pyjamaatje aan doen’, zeggen ze dan. Dat vind ik kleinerend. Dat is niet respect hebben. Dan zeg ik tegen zo’n medewerker: ‘Heb jij jouw pyjama ook meegebracht? Nee, waarom zeg je dan dat we onze pyjama gaan aandoen?

Hulp durven vragen

Clara geeft aan dat oudste mensen op dit moment nog van een generatie zijn die geleerd heeft zich te schikken naar wat ze krijgen. ‘De alleroudsten hebben de oorlog nog meegemaakt. Ze zijn anders. Ze hebben er moeite mee iets te claimen voor zichzelf. Mensen zijn bang dat ze lastig zijn. Maar mijn generatie komt eraan. Ja, die geven duidelijker aan wat ze wel en niet willen. Ze durven meer hulp te vragen.’

Positief invullen

Clara is ook actief in de Cliëntenraad. ‘Anderen zeggen dat het niks helpt, maar ik geloof erin dat het werkt. Als je geen dromen of geen idealen meer hebt, dan heb je ook geen toekomst, vind ik. Het zal niet meteen worden zoals ik het zou willen, maar ik ben er wel mee bezig om iets voor mekaar te krijgen. Ik ben hier om het laatste stuk van mijn leven positief in te vullen.’

 

 

“Als je geen dromen of geen idealen meer hebt, dan heb je ook geen toekomst, vind ik. Het zal niet meteen worden zoals ik het zou willen, maar ik ben er wel mee bezig om iets voor mekaar te krijgen. Ik ben hier om het laatste stuk van mijn leven positief in te vullen”.

Clara van Beek – hulpvrager

Er zijn voor elkaar

‘Ik ga wel eens koffiedrinken met iemand die al dementerend is en wat gezelschap wil. Ik ben hier niet alleen voor mezelf. Wij zijn hier met elkaar. Er zijn mensen die vereenzamen, ook zelfs hier in zo’n huis, en dat moet niet kunnen, vind ik. Er zitten zulke leuke mensen tussen. Mijn buurman van 93 komt regelmatig binnen omdat hij zijn overleden vrouw zoekt. Dan zeg ik: ‘Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?’ Hij antwoordt dan: ‘Toen ik naast haar bed zat.’ Oké, dus jij hebt het voorrecht gehad dat je afscheid hebt kunnen nemen van je vrouw en nog hand in hand fijn hebt kunnen praten en toen is ze weggegleden nadat je zeventig jaar samen was. ‘Nou weet ik het weer’, zegt hij dan. De volgende dag komt hij hier weer hoor, maar dat geeft niet.’

Zelf je boterham maken

‘Mijn dochter haalt lekker vers brood voor me bij de echte bakker, heerlijk! Mijn eigen boterham smeren, vind ik fijn. Dat is iets waar ik zelf de controle over heb, hoe laat ik eet, wat ik op mijn brood doe. De meesten hier laten hun boterham klaarmaken. Eigenlijk zou de verpleging dat niet moeten doen als mensen het nog zelf kunnen. Die verpleging is nog van de oude stempel: ze zijn gewend voor mensen te zorgen. Ze doen het, ze nemen het over.’ Clara zorgt dat ze overal vanuit haar rolstoel bij kan. Naast het aanrecht, dat iets te hoog voor haar is, heeft ze een eigen kastje neergezet. Ze laat trots haar appartement zien dat is aangepast aan haar mogelijkheden.

Ruimte voor vrijwilligers

Clara is blij dat ze goed contact heeft met haar broers en zussen, met haar bonuskinderen en kleinkinderen. In huis doet ze graag zoveel mogelijk zelf. Hulp heeft ze goed geregeld. Haar dochters helpen met schoonmaken. Er komt regelmatig een huishoudelijke hulp. Een goede vriendin doet de was en de boodschappen, daar betaalt Clara haar ook voor. Ze vraagt zich vaak af hoe de zorg zich zal ontwikkelen. Vrijwilligers zullen hard nodig zijn, denkt ze, maar er moet wel ruimte voor ze zijn. ‘Er zijn mensen die al twintig jaar hun partner een insuline-injectie geven, maar als ze hier komen wonen, mag opeens alleen een verpleegkundige zo’n medische handeling doen.’

Accepteren

‘Als ik iets echt wil leren, dan ga ik ervoor. Als iets niet meteen lukt, jammer dan, volgende dag probeer ik het opnieuw. Ik ga twee keer in de week naar de fysio. Het doel was om achter mijn rollator te lopen, maar met één been ben ik snel uit balans. Nu heb ik het doel ietsje bijgesteld en ga ik oefenen met een hogere rollator met armsteunen. Ik accepteer dat ik nooit meer kan lopen zoals ik vroeger liep. Dit is hoe ik geworden ben, daar moet ik mee leven.’