Zes organisaties zetten samen een nieuwe stap
Steeds meer ouderen willen regie houden over hun leven, ook als ze zorg nodig hebben. Ze blijven het liefst thuis, zijn mondiger, en hechten aan zelfstandigheid in het dagelijks leven. Zorg mag ondersteunen, maar niet overnemen. Deze maatschappelijke ontwikkeling vormde het startpunt voor zes zorgorganisaties in de Achterhoek om de ondersteuning aan ouderen fundamenteel anders vorm te geven via het concept ‘reablement’.
De zes organisaties die samenwerkten in een pilot in de gemeenten Aalten, Doetinchem, Oost Gelre en Oude IJsselstreek zijn Azora, Careaz, De Gouden Leeuw Groep, Marga Klompé, Markenheem en Sensire. Het project ontstond uit een gemeenschappelijk urgentiebesef: de zorgvraag van ouderen is veranderd ten opzichte van tien tot vijftien jaar geleden. De vergrijzing in de Achterhoek neemt zelfs nog iets sneller toe dan elders in het land. Ook wil de oudere tegenwoordig meer eigen regie en maakt bewustere keuzes om het leven in te vullen.
Reablement biedt een kans om hen meer regie te laten ervaren, waardoor ouderen niet of minder afhankelijk zijn van zorg. Al samenwerkend creëren de zes organisaties een gezamenlijke visie en eenduidige werkwijze binnen de Achterhoek. Ze gaan aan de slag om elkaar te leren kennen, kennis over reablement te delen en een gezamenlijk werkplan te maken. Wijkverpleegkundigen werken samen met behandelaren, zoals fysiotherapeuten en ergotherapeuten. In een regionale werkgroep delen de verpleegkundigen hun ervaringen.
In april van dit jaar kwam er officieel een einde aan de pilot, maar reablement is een blijvertje. Met projectleider Esther Brinke (Careaz) en wijkverpleegkundigen Lisette Spexgoor (Careaz) en Kim Hanselman (Sensire) maken we de balans op.‘
‘Ik zit 16 jaar in het vak. Toen zaten mensen in een stoel en was het: help mij maar. Nu is het: ik heb een probleem met dit of dat. Daar moet je anders op reageren.’
De aanleiding
‘We voelen allemaal dat we het anders moeten gaan doen. Mensen die zorg nodig hebben, hebben een heel andere zorgvraag dan jaren geleden. Ze komen met een concrete hulpvraag.’ ‘Ik zit 16 jaar in het vak. Toen zaten mensen in een stoel en was het: help mij maar. Nu is het: ik heb een probleem met dit of dat. Daar moet je anders op reageren.’ ‘Ik merk ook dat de zorgvraag anders wordt. Het eerste dat mensen zeggen is: ik wil zo lang mogelijk thuis blijven wonen.’ ‘Ik had een paar jaar geleden al het gevoel dat er heel veel zorgvragen aan zaten te komen. We zien het ook in ons personeelsbestand, dat we die vragen gewoon niet aan kunnen.’
‘Wij zijn als organisaties samen verantwoordelijk om zorg voor inwoners te blijven leveren. Dus ligt er ook een uitdaging om samen te gaan werken. Hoe kúnnen we samenwerken, en hoe ontwikkelen we een meer uniforme werkwijze?’
De omslag naar reablement
‘Iedereen met een zorghart wil graag mensen helpen en dingen overnemen. Als we eenmaal ergens over de vloer kwamen, bleven we ook komen. Maar die inwoner wil eigenlijk gewoon zelfstandig blijven. Nu buigen we het om: wat kunnen mensen nog zelf? Ze zijn veel trotser als die hulp niet meer nodig is.’
‘Ik vind de gesprekken met cliënten heel erg mooi. Als mensen met jouw simpele advies weer verder kunnen, stap ik met een glimlach de deur uit. In plaats van dat je zorg moet inzetten, en moet passen en meten om een cliënt op een tijdstip te kunnen helpen dat ze zelf eigenlijk niet wensen. Het is heel mooi om dat om te kunnen draaien.’
‘Ik merk ook dat ik me veel bewuster ben van het preventief werken. Ik zet nu veel meer in op mensen die nog niet in zorg zitten, zoals cliënten met personenalarmering of thuishulp. Om vóór in de trein in te kunnen stappen en weer uit te stappen voordat een hulpvraag ontstaat.’
‘Ik heb veel beter contact met cliënten. Omdat ik ze in de beginfase vaker zie en intensiever spreek.’
De teams meekrijgen in de visie
‘Als je letterlijk gaat uitleggen wat reablement is, denkt iedereen: waar gáát dit over? Maar als je er praktijksituaties aankoppelt, is het: oh ja! Collega’s ervaren altijd dat ze al veel doen, maar ze gaan het nog bewuster doen. En als collega’s enthousiast worden ontstaat een olievlek, zodat zij ook weer andere collega’s inspireren. Het moet niet voelen alsof het vanuit de organisatie komt, maar omdat je voelt dat het ook anders kan en moet.’
‘Door het er heel veel over te hebben. Door met positieve voorbeelden te komen. Door casuïstiek te bespreken. Daarmee creëer je bewustwording dat we nu een traject hebben om mensen weer zelfstandig te maken.’
‘Twee keer per jaar hebben we een thema-avond voor thuisondersteuners in de regio Aalten. Om mensen te informeren over wat er speelt. De thuisondersteuners hebben een grote rol in het signaleren en de preventie. Thuisondersteuners komen langere tijd achtereen bij iemand thuis, waardoor ze veel meer signaleren. In de korte tijd dat wij er als verpleegkundigen zijn, kan een cliënt zich vaak wel even ‘oppeppen’. Maar om dat drie uur lang vol te houden is lastig. Hoe mooi zou het zijn als zij signaleren dat een mevrouw opvallend vaak valt? Ik zag heel veel enthousiasme bij de huishoudelijke hulpen hoe ook zij mensen in hun kracht kunnen zetten. Door reablement is het mogelijk dat zij niet alleen schoonmaken, maar ook begeleiden en activeren. Hun functie groeit inhoudelijk, hun werk wordt leuker.
‘Het project heeft ertoe bijgedragen dat de verschillen tussen zorgorganisaties verkleind zijn, en we een uniforme werkwijze zijn gaan hanteren. Iedereen heeft zich gerealiseerd: het organisatiebelang moeten we loslaten, de inwoner staat centraal.’
Het gesprek met de hulpvrager
‘Cliënten zijn zich heel erg bewust van de situatie op dit moment. Vaak kom je bij een cliënt die weet dat hij of zij hulp nodig heeft. Maar je ziet een kentering bij cliënten. Die cliënt weet ook dat er steeds later plek is in een verpleeghuis. En mensen zijn al veel meer in hun kracht. Ze zijn mondiger. Ze vinden eigen regie steeds belangrijker. Vroeger was de tendens: je komt in een verpleeghuis. De generatie ouderen van nu denkt: wat vind ik belangrijk?‘
‘Ik denk dat iedere collega het gesprek met de cliënt op zijn eigen manier doet. Het is ook een beetje cliënt afhankelijk. Het heeft te maken met de deskundigheid van de zorgmedewerker. Bij de één gaat het heel snel, de ander heeft wat meer tijd nodig. Iedereen vult de begeleiding anders in om tot een bepaald doel te komen.’
‘De naasten zijn van van mening dat ouders – ten onrechte – recht hebben op zorg, gezien hun leeftijd. Het is al gauw: mijn vader is 90, die heeft gewoon hulp nodig! Ze vinden het heel lastig als wij zeggen: als vader het nog zelf kan, moet hij het ook zelf blijven doen. Je moet het gesprek aangaan om te investeren in die naasten, om op één lijn te blijven.’
Organisaties op één lijn
‘Ik denk dat de kracht van dit project was dat we gezamenlijk tot een werkplan zijn gekomen. Daar hebben we best wel een tijd over gedaan. Mooi dat het gelukt is. We staan allemaal achter dit plan.’
‘Het project heeft ertoe bijgedragen dat de verschillen tussen zorgorganisaties verkleind zijn, en we een uniforme werkwijze zijn gaan hanteren. Iedereen heeft zich gerealiseerd: het organisatiebelang moeten we loslaten, de inwoner staat centraal.’
‘Ieder van de zes organisaties is anders in structuur en visie. Maar het mooie is dat we elkaar op inhoud wisten te vinden. Ondanks die verschillen wisten we het toch steeds naar de praktijk terug te brengen. Ik merk nu dat reablement meer in het DNA van de organisaties begint te komen. Het gaat veel meer vastigheid krijgen.’
Trots op wat er is bereikt
‘Ik ben er heel trots op als ik zie met hoeveel enthousiasme wijkverpleegkundigen aan tafel zaten. Iedereen herkende het belang van samen doen.’
‘Ik denk dat het niet uitmaakt bij welke organisatie je werkt, maar dat je wel achter hetzelfde principe en dezelfde werkwijze staat.’
‘Iedereen voelt ook de behoefte om contact met elkaar te blijven houden. We hebben echt van elkaar geleerd tijdens het bespreken van een casus.’
De toekomst
‘In april hebben we het project afgesloten. In het najaar hebben we een afspraak gehad om verbinding met elkaar te blijven houden, en om van elkaar te blijven leren.’
‘De zorg draait nu veel meer dan voorheen om omzien naar elkaar. Wat heeft iemand werkelijk nodig? Het is niet meer: we moeten dit of dat. We laten zien dat er iets anders nodig is dan voorheen.’
‘Het zou mooi zijn als de zorgvraag al zoveel mogelijk in de buurt of de wijk zelf wordt opgelost. En dat de professional pas komt kijken als het niet anders kan.’
De resultaten na 106 cliënten
.
